1. De jeugdprofessional
De student behartigt als sociaal werker de belangen van een jeugdige en zijn systeem, door de eigen professionele overwegingen te expliciteren en het eigen standpunt te agenderen en positioneert zich.
2. Kind in beeld
De student voert een anamnese uit waarin het functioneren van het systeem van een kind of de jeugdige beschreven en kritisch geanalyseerd wordt.
3. Methodische deskundigheid
De student ontwerpt een plan met een jeugdige op basis van een anamnese, de kenmerken van jeugdzorgproblematiek, de behandeling en begeleiding daarvan, specifieke benaderingswijzen of methodieken.
4. Werken met effectieve interventies
De student beïnvloedt het gedrag van de jeugdige en zijn/haar opvoeders door gebruik te maken van gesprekstechnieken en passende (bewezen) effectieve interventies, adviseert daarbij ook tenminste één e-health interventie.
5. Focus op veiligheid
De student heeft oog voor de veiligheid van de jeugdige, voorkomt bedreigingen van de lichamelijke en de psychosociale ontwikkeling en levert samen met de jeugdige een bijdrage aan diens ontwikkeling op het gebied van actief burgerschap en sociale integratie.
6. Positioneren als professional- interdisciplinair samenwerken
De student werkt interdisciplinair samen rondom de jeugdige door verbindingen te leggen en professioneel contact te onderhouden en de voortgang van de begeleiding te monitoren en positioneert zich binnen de keten.