Vak: Interactievaardigheden credits: 5
- Vakcode
- ALVH22IVH
- Naam
- Interactievaardigheden
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 5
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- Y.M. Vording
- Werkvormen
-
- Hoorcollege
- Opdracht
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Interactievaardigheden - Opdracht
Leeruitkomsten
Programma leeruitkomsten Pabo-ALO
1 De startbekwame leerkracht creëert een veilige leeromgeving, waarin elke leerling op positieve wijze gestimuleerd wordt zich optimaal en gezond te ontwikkelen.
2 De startbekwame leerkracht voert passende interventies uit op individueel en (sub)groepniveau ter bevordering van het leerproces van leerlingen.
3 De startbekwame leerkracht creëert, gebaseerd op de kennisbasis, een leeromgeving waarin geleerd wordt.
6 De startbekwame leerkracht waardeert* zijn beroepshouding en handelingsrepertoire door middel van reflectie op zijn opvattingen en bekwaamheden.
*hiermee wordt bedoeld ‘het accepteren van waarden en concepten, het ontwikkelen van eigen voorkeuren en geven van uiting daaraan’.
Module leeruitkomsten
Leeruitkomst 1: De student past passende leerkrachtvaardigheden toe die bij communicatie in het algemeen en gespreksvoering met kinderen een rol spelen.
Leeruitkomst 2: De student demonstreert zijn kennis over de opbouw en de verschillende onderdelen van gesprekvoering met kinderen in gesprekken.
Leeruitkomst 3: De student reflecteert door middel van het bekijken van zijn eigen beeldmateriaal en door gebruik te maken van peerfeedback op zijn eigen gespreksvaardigheden met kinderen en toont daarbij zijn ontwikkeling aan.
1 De startbekwame leerkracht creëert een veilige leeromgeving, waarin elke leerling op positieve wijze gestimuleerd wordt zich optimaal en gezond te ontwikkelen.
2 De startbekwame leerkracht voert passende interventies uit op individueel en (sub)groepniveau ter bevordering van het leerproces van leerlingen.
3 De startbekwame leerkracht creëert, gebaseerd op de kennisbasis, een leeromgeving waarin geleerd wordt.
6 De startbekwame leerkracht waardeert* zijn beroepshouding en handelingsrepertoire door middel van reflectie op zijn opvattingen en bekwaamheden.
*hiermee wordt bedoeld ‘het accepteren van waarden en concepten, het ontwikkelen van eigen voorkeuren en geven van uiting daaraan’.
Module leeruitkomsten
Leeruitkomst 1: De student past passende leerkrachtvaardigheden toe die bij communicatie in het algemeen en gespreksvoering met kinderen een rol spelen.
Leeruitkomst 2: De student demonstreert zijn kennis over de opbouw en de verschillende onderdelen van gesprekvoering met kinderen in gesprekken.
Leeruitkomst 3: De student reflecteert door middel van het bekijken van zijn eigen beeldmateriaal en door gebruik te maken van peerfeedback op zijn eigen gespreksvaardigheden met kinderen en toont daarbij zijn ontwikkeling aan.
Inhoud
Inhoud van het studieonderdeel: (Welke thema’s komen aan bod? Wat gaat de student leren?)
Tijdens het beroep als leerkracht vindt er veel interactie plaats tussen de leerkracht en leerling. Ook stimuleert de leerkracht de interactie tussen leerlingen onderling.
Tijdens deze module wordt de student zich ervan bewust wat de kwaliteit is van zijn interactie en leert de student door middel van aangereikte leerkrachtvaardigheden kwalitatief goede gesprekken te voeren.
Deze gesprekken kunnen verschillen in doel. De student leert hoe verschillende gesprekstechnieken kunnen bijdragen aan het pedagogisch klimaat, eigenaarschap van de leerling en de taaldenkontwikkeling van leerlingen.
Opzet van de colleges: (Hoe zien de colleges eruit? Intern/extern, werk/hoor, etc.)
Combinatie van hoor- en werkcolleges. Studenten krijgen college over gesprekstechnieken, HGW, zorgstructuur, psychopathologie (door studenten zelf uitgewerkt en gepresenteerd), taalgroeimiddelen, kindgesprekken etc.
Vanuit de aangeboden theorie oefenen studenten met de vaardigheden. Rollenspel en analyseren heeft een plek tijdens de colleges.
Opzet van de toetsing: (Hoe ziet de toetsing eruit? Wat wordt er van de student verwacht?)
Onderstaande punten zijn onderdeel van de opdracht die door de student wordt gemaakt: De student voert verschillende gesprekken met leerlingen en maakt hiervan opnames en een analyse. De student toont na het bekijken van de beeldopnames aan, welke leerkrachtvaardigheden zijn ingezet en wat hiervan het effect is. De student kan een direct verband leggen tussen de theorie over taaldenkgesprekken en oplossingsgerichte gesprekken. De student formuleert na peerfeedback welke verbeterpunten de aandacht verdienen. De student schrijft over zijn algehele ontwikkeling ten aanzien van de leerdoelen een reflectie.
Literatuur en eventuele kosten:
Verplicht: ‘Luister je wel naar mij?’ van Martine Delfos.
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace.
Tijdens het beroep als leerkracht vindt er veel interactie plaats tussen de leerkracht en leerling. Ook stimuleert de leerkracht de interactie tussen leerlingen onderling.
Tijdens deze module wordt de student zich ervan bewust wat de kwaliteit is van zijn interactie en leert de student door middel van aangereikte leerkrachtvaardigheden kwalitatief goede gesprekken te voeren.
Deze gesprekken kunnen verschillen in doel. De student leert hoe verschillende gesprekstechnieken kunnen bijdragen aan het pedagogisch klimaat, eigenaarschap van de leerling en de taaldenkontwikkeling van leerlingen.
Opzet van de colleges: (Hoe zien de colleges eruit? Intern/extern, werk/hoor, etc.)
Combinatie van hoor- en werkcolleges. Studenten krijgen college over gesprekstechnieken, HGW, zorgstructuur, psychopathologie (door studenten zelf uitgewerkt en gepresenteerd), taalgroeimiddelen, kindgesprekken etc.
Vanuit de aangeboden theorie oefenen studenten met de vaardigheden. Rollenspel en analyseren heeft een plek tijdens de colleges.
Opzet van de toetsing: (Hoe ziet de toetsing eruit? Wat wordt er van de student verwacht?)
Onderstaande punten zijn onderdeel van de opdracht die door de student wordt gemaakt: De student voert verschillende gesprekken met leerlingen en maakt hiervan opnames en een analyse. De student toont na het bekijken van de beeldopnames aan, welke leerkrachtvaardigheden zijn ingezet en wat hiervan het effect is. De student kan een direct verband leggen tussen de theorie over taaldenkgesprekken en oplossingsgerichte gesprekken. De student formuleert na peerfeedback welke verbeterpunten de aandacht verdienen. De student schrijft over zijn algehele ontwikkeling ten aanzien van de leerdoelen een reflectie.
Literatuur en eventuele kosten:
Verplicht: ‘Luister je wel naar mij?’ van Martine Delfos.
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Welzijn, Educatie & Sport