Vak: LiO-Pabo credits: 20

Vakcode
ALVH24LIOPABO
Naam
LiO-Pabo
Studiejaar
2026-2027
ECTS credits
20
Taal
Nederlands
Coördinator
Y.M. Vording
Werkvormen
  • Afstudeeropdracht
  • Individueel
  • Intervisie
  • Stage internationaal
  • Stage, werk
Toetsen
  • LIO-Pabo - Portfolio assessment

Leeruitkomsten

  1. Pedagogisch handelen: 
De onderwijsprofessional creëert een veilige, stimulerende, talentkrachtige en ontwikkelingsgerichte leeromgeving waarin lerenden zich in de volle breedte ontwikkelen, waarbij de onderwijsprofessional rekening houdt met diversiteit. Tevens draagt de onderwijsprofessional actief bij aan burgerschapsvorming en de ontwikkeling tot zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen. Daarnaast signaleert de onderwijsprofessional onderwijs- en ontwikkelingsbehoeften en vertaalt deze in onderbouwde interventies, gebaseerd op relevante theoretische kennis en praktische ervaring. 
 
  1. Vakdidactisch handelen: 
De onderwijsprofessional ontwerpt, bereidt voor, voert uit, evalueert en verantwoordt zelfstandig, in afstemming met collega’s, samenhangende onderwijsactiviteiten, doorgaande lijnen en leertrajecten. Hierbij relateert de onderwijsprofessional vakspecifieke leerinhouden van het vakgebied en verschillende (vak)didactische werkwijzen en middelen aan de leerdoelen, het niveau en de kenmerken van de lerenden om optimale leerresultaten te behalen en te toetsen. Hiervoor selecteert de onderwijsprofessional passende activerende werkvormen die aansluiten bij de talenten en behoeften van de lerenden. Met aandacht voor de voortgang van de ontwikkeling van de lerenden stelt de onderwijsprofessional het onderwijs cyclisch bij. Dit doet de onderwijsprofessional op basis van zelf verzamelde gegevens en eigen analyses. Samen met collega's draagt de onderwijsprofessional bij aan (vak)didactische innovaties binnen de school. 
 
  1. (Vak)inhoudelijke expertise: 
De onderwijsprofessional beschikt over een grondige kennis van de leerstof zoals vastgesteld in de landelijke kennisbases voor de Pabo. Hierdoor kan de onderwijsprofessional de opbouw van het onderwijs en de doorlopende leerlijnen overzien en deze effectief toepassen in de onderwijspraktijk. De onderwijsprofessional is in staat om lesinhoud en lesmateriaal zorgvuldig te selecteren, aan te passen of te ontwikkelen, zodat het aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van zijn lerenden. Daarnaast legt de onderwijsprofessional vanuit zijn vakdeskundigheid verbanden tussen de lesstof en het dagelijks leven van de lerenden, waardoor de onderwijsprofessional bijdraagt aan hun algemene ontwikkeling. Tevens kan de onderwijsprofessional keuzes maken en deze op basis van een onderwijsvisie en actuele wetenschappelijke inzichten verantwoorden. De onderwijsprofessional zorgt ervoor dat de kennis en vaardigheden als onderwijsprofessional altijd up-to-date zijn. 
 
  1. Onderzoekend handelen: 
De onderwijsprofessional signaleert vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding vraagstukken en uitdagingen in de eigen onderwijspraktijk. Daarbij bestudeert de onderwijsprofessional kritisch wat anderen al hebben ontdekt en voert indien nodig onderzoek uit. De onderwijsprofessional gaat hierbij systematisch en op een navolgbare wijze met een passende mate van grondigheid aan de slag met een specifiek vraagstuk uit de eigen onderwijspraktijk. De onderwijsprofessional deelt de behaalde resultaten van het onderzoek met belanghebbenden en verantwoordt de waarde van het onderzoek voor zowel belanghebbenden als het eigen handelen. 
 
  1. Professionele identiteit: 
De onderwijsprofessional reflecteert kritisch en ontwikkelt zich voortdurend op eigen professionele handelen en kwaliteit. Door middel van reflectie en interactie met collega’s en de omgeving schetst de professional nieuwe ontwikkelstappen binnen het persoonlijk ontwikkelperspectief. In dit proces expliciteert de onderwijsprofessional zijn of haar professionele identiteit door de eigen visie op onderwijs te onderzoeken, waarbij onderliggende overtuigingen, waarden en normen naar voren komen. Deze worden gespiegeld aan die van anderen aan de hand van dilemma’s uit de onderwijspraktijk. De onderwijsprofessional neemt verantwoordelijkheid binnen de professionele ruimte en onderbouwt keuzes met een doordachte visie op onderwijs, met aandacht voor zowel de regionale als (inter)nationale context. Hierbij communiceert en werkt de onderwijsprofessional effectief samen met lerenden, collega’s, ouders/verzorgers en andere betrokkenen. Bovendien handelt de onderwijsprofessional volgens morele en beroepsethische normen. 
 
De student toont in LIO-pabo LOL 1,2,3 en 5 volledig aan. LOL 4 toont de student deels aan: 
‘De onderwijsprofessional signaleert vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding vraagstukken en uitdagingen in de eigen onderwijspraktijk. Daarbij bestudeert de onderwijsprofessional kritisch wat anderen al hebben ontdekt en voert indien nodig onderzoek uit.  


 

Inhoud

Inhoud van het studieonderdeel: (Welke thema’s komen aan bod? Wat gaat de student leren?)
De student is voor de LiO-fase een semester lang verbonden aan een school waarbij hij aan het eind van 15 weken de LOL's op eindfaseniveau aantoont in de context van de klas. De student verzamelt bewijsmateriaal en feedback in de vorm van een portfolio. Voor het portfolio-assessment presenteert de student zijn bekwaamheid door middel van een showportfolio. 
De student vindt een werkplek op een school voorafgaand aan de LiO-fase door het doorlopen van de sollicitatieprocedure. De begeleiding van de student in de klas en school wordt verzorgd door de werkplekbegeleider (leerkracht van de groep). Vanuit de opleiding wordt de student begeleid door een instituutsopleider. De LiO-fase kan eveneens uitgevoerd worden in het buitenland, mits de school is aangesloten bij de NOB.

Opzet van de colleges: (Hoe zien de colleges eruit? Intern/extern, werk/hoor, etc.)
De student heeft naast de tijd van het werplekleren; 3 dagen aaneengesloten voor minimaal 15 weken ook werkplekteambijeenkomsten op het instituut. Er worden 3 inhoudelijke werkplekteambijeenkomsten geroosterd plus een facultatief vragenuur richting de afronding. Binnen de werkplekteambijeenkomsten wordt gewerkt aan verschillende thema's: ontwikkelplan, bewijsstukken, eindbeschouwing, toetsing, werken met Teams, intervisie etc.

Opzet van de toetsing: (Hoe ziet de toetsing eruit? Wat wordt er van de student verwacht?)
Aan de hand van een portfolio assessment. Studenten leveren een showportfolio in met een eindbeschouwing. Ook bevat het showportfolio de eindevaluatie van de werkplekbegeleider, bewijsstukken en het ontwikkelplan.
De student voert na inleveren een eindgesprek met 2 instituutsopleiders (examinatoren) waarbij het eindgesprek er als volgt uitziet: student start met een pitch van 10 minuten, daarna volgt een vraaggesprek van +/- 20 min over de inhoud van het showportfolio. De student wordt op alle 5 de LOL's beoordeeld en deze LOL's moeten afzonderlijk van elkaar minimaal voldoende zijn. De student kan een eindbeoordeling krijgen van een O/V/G/U.

Literatuur en eventuele kosten:
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace.  Indien het onderwijs in dienst staat van de stage, zijn er naast de reiskosten voor de stage geen additionele kosten.


 
 

School(s)

  • Welzijn, Educatie & Sport