Vak: De sportleraar toont vakmanschap in de beroepspraktijk credits: 30

Vakcode
ALVH24VAK
Naam
De sportleraar toont vakmanschap in de beroepspraktijk
Studiejaar
2026-2027
ECTS credits
30
Taal
Nederlands
Coördinator
J.J. Nieuwenhuis
Werkvormen
  • Afstudeeropdracht
  • Gastcollege
  • Individueel
  • Intervisie
  • Opdracht
  • Practicum / Training
  • Stage, werk
  • Werkcollege
Toetsen
  • Vakmanschap in de beroepspraktijk - Portfolio assessment

Leeruitkomsten

Bij het behalen van de leerdoelen wordt voor vakmanschap ALO aan de volgende LOL’s van de opleiding op eindniveau gewerkt: 
  
Pedagogische handelen  
De onderwijsprofessional creëert een veilige, stimulerende, talentkrachtige en ontwikkelingsgerichte leeromgeving waarin lerenden zich in de volle breedte ontwikkelen, waarbij de onderwijsprofessional rekening houdt met diversiteit. Tevens draagt de onderwijsprofessional actief bij aan burgerschapsvorming en de ontwikkeling tot zelfstandige en verantwoordelijke volwassenen. Daarnaast signaleert de onderwijsprofessional onderwijs-en ontwikkelingsbehoeften en vertaalt deze in onderbouwde interventies, gebaseerd op relevante theoretische kennis en praktische ervaring. 
 
(Vak)didactisch handelen  
De onderwijsprofessional ontwerpt, bereidt voor, voert uit, evalueert en verantwoordt zelfstandig, in afstemming met collega’s, samenhangende onderwijsactiviteiten, doorgaande lijnen en leertrajecten. Hierbij relateert de onderwijsprofessional vakspecifieke leerinhouden van het vakgebied en verschillende (vak)didactische werkwijzen en middelen aan de leerdoelen, het niveau en de kenmerken van de lerenden om optimale leerresultaten te behalen en te toetsen. Hiervoor selecteert de onderwijsprofessional passende activerende werkvormen die aansluiten bij de talenten en behoeften van de lerenden. Met aandacht voor de voortgang van de ontwikkeling van de lerenden stelt de onderwijsprofessional het onderwijs cyclisch bij. Dit doet de onderwijsprofessional op basis van zelf verzamelde gegevens en eigen analyses. Samen met collega's draagt de onderwijsprofessional bij aan (vak)didactische innovaties binnen de school. 
 
(Vak)inhoudelijke expertise  
De onderwijsprofessional beschikt over een grondige kennis van de leerstof zoals vastgesteld in de landelijke kennisbasis voor de ALO. Hierdoor kan de onderwijsprofessional de opbouw van het onderwijs en de doorlopende leerlijnen overzien en deze effectief toepassen in de onderwijspraktijk. De onderwijsprofessional is in staat om lesinhoud en lesmateriaal zorgvuldig te selecteren, aan te passen of te ontwikkelen, zodat het aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de lerenden. Daarnaast legt de onderwijsprofessional vanuit zijn vakdeskundigheid verbanden tussen de lesstof en het dagelijks leven van de lerenden, waardoor hij bijdraagt aan hun algemene ontwikkeling. Tevens kan de onderwijsprofessional keuzes maken en deze op basis van een onderwijsvisie en actuele wetenschappelijke inzichten verantwoorden. De onderwijsprofessional zorgt ervoor dat de kennis en vaardigheden als onderwijsprofessional altijd up-to-date zijn. 
 
Leerdoel binnen Onderzoekend handelen:  
De onderwijsprofessional signaleert vanuit een nieuwsgierige en onderzoekende houding vraagstukken en uitdagingen in de eigen onderwijspraktijk. Daarbij bestudeert de onderwijsprofessional kritisch wat anderen al hebben ontdekt en voert indien nodig onderzoek uit. 
 
Professionele identiteit  
De onderwijsprofessional reflecteert kritisch en ontwikkelt zich voortdurend op eigen professionele handelen en kwaliteit. Door middel van reflectie en interactie met collega’s en de omgeving schetst de professional nieuwe ontwikkelstappen binnen het persoonlijk ontwikkelperspectief. In dit proces expliciteert de onderwijsprofessional zijn of haar professionele identiteit door de eigen visie op onderwijs te onderzoeken, waarbij onderliggende overtuigingen, waarden en normen naar voren komen. Deze worden gespiegeld aan die van anderen aan de hand van dilemma’s uit de onderwijspraktijk. De onderwijsprofessional neemt verantwoordelijkheid binnen de professionele ruimte en onderbouwt keuzes met een doordachte visie op onderwijs, met aandacht voor zowel de regionale als (inter)nationale context. Hierbij communiceert en werkt de onderwijsprofessional effectief samen met lerenden, collega’s, ouders/verzorgers en andere betrokkenen. Bovendien handelt de onderwijsprofessional volgens morele en beroepsethische normen. 
Het behalen van de leerdoelen draagt bij aan het bereiken van de volgende LOL's van de opleiding op eindniveau:
☒ Pedagogische handelen (LOL1)
☒ Vakdidactisch handelen (LOL2)
☒ Vakinhoudelijke expertise (LOL3)
☒ Onderzoekend handelen (LOL4)
☒ Professionele identiteit (LOL 5)

 

Inhoud

Instapvoorwaarden: Alle stages (WPL) van semester 1 t/m 6 dienen afgerond te zijn.

Inhoud van het studieonderdeel:
In semester 7 en 8 wordt op maandag onderwijs aangeboden, aangevuld met twee dagen praktijkervaring (Stage) in de zaal ter ontwikkeling van vakmanschap als onderdeel van het afstudeertraject van de ALO-opleiding binnen de studieroute Pabo-ALO. Deze geïntegreerde opzet combineert theoretische verdieping en praktijkervaring met samenwerking binnen een professionele leergemeenschap. De lessen omvatten literatuurstudie, interactieve (werk)colleges, praktijkvoorbeelden en casusbesprekingen tijdens intervisie. Intervisiebijeenkomsten versterken reflectie, kennisdeling en oplossingsgericht denken. In de community of learners (COL) werken deelnemers samen aan opdrachten en delen zij praktijkervaringen. Gastcolleges door experts bieden verdieping en actuele inzichten. Persoonlijke begeleiding door de afstudeerbegeleider richt zich op voortgang, leerdoelen en ondersteuning bij uitdagingen. Het organiseren van sportdagen, evenementen en activiteiten op en rondom de school op het gebied van healthy ageing, bewegend leren en de dynamische schooldag, stimuleren ondernemerschap en dragen bij aan:
  • Een sociaal-emotioneel veilig en motiverend leerklimaat.
  • Onderwijs afgestemd op leerling ontwikkeling.
  • Het legitimeren van keuzes met visie en wetenschappelijke onderbouwing.
  • Het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van beweegsituaties die motorisch leren bevorderen.
Deze opzet ondersteunt zowel professionele als persoonlijke ontwikkeling en bereidt voor op het aantonen van de leeruitkomsten op eindniveau.
Opzet van de colleges:
De (werk)colleges zijn opgebouwd uit een gebalanceerde verdeling van contacttijd, gericht op theoretische verdieping, groepsbegeleiding (Community of Learners, COL) en individuele begeleiding. Deze structuur combineert inhoudelijke kennis met ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en groepsleren. Gedurende het jaar neemt de sturing af, en in semester 8 vermindert de contacttijd, terwijl de COL blijft bestaan. Deze opzet waarborgt zowel kennisoverdracht als reflectie en samenwerking in een veilige leeromgeving. Waar mogelijk wordt aangesloten bij lessen van de reguliere ALO-opleiding en is er aandacht voor de context MBO en innovatieve ontwikkelingen in het werkveld.

Opzet van de toetsing:
De toetsing richt zich op het aantonen van de leeruitkomsten op eindfaseniveau via een portfolio-assessment. Het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) fungeert als reflectief en sturend instrument om de groei op de leeruitkomsten zichtbaar te maken. Het POP wordt gedurende het jaar op drie momenten tussentijds besproken en bijgesteld in overleg met begeleiders en coaches en vormt een voorwaarde voor deelname aan het portfolio-assessment.

Het formatieve proces ondersteunt het behalen van de leeruitkomsten op eindniveau. Het portfolio vormt het centrale toetsinstrument en documenteert systematisch de ontwikkeling binnen de leeruitkomsten, zodat de beoogde eindcompetenties aantoonbaar worden gerealiseerd.
Het portfolio bevat:
  • Een reflectie en analyse van de leeruitkomsten met toelichting op het ontwikkeltraject.
  • Een project dat organisatorische en uitvoerende vaardigheden aantoont, zoals een sportdag of evenement, met nadruk op ondernemerschap, samenwerking en professionele identiteit.
  • Een plan of project gericht op het bevorderen van een actieve en gezonde leefstijl bij kinderen.
  • Een visuele presentatie (video) waarin leeruitkomsten worden gedemonstreerd, inclusief lessen en het uitvoeren van een sportproject.
De eindbeoordeling gebeurt via een portfolio-assessment, waarbij o.a. de kwaliteit van het portfolio, het behalen van de leeruitkomsten en de onderbouwing van de persoonlijke ontwikkeling worden beoordeeld. Deze opzet biedt een holistische presentatie van vakmanschap en reflectie op eindniveau.

Literatuur en eventuele kosten:
  • Voor de actuele literatuur wordt verwezen naar afstudeerhandleiding deel 1 op de Brightspacecourse van vakmanschap.
  • Idema, W. & Torenbeek, M. (2015). Zelfregulatie in de sportpraktijk. Utrecht, Nederland: Arko Sports Media B.V.;
  • Mooij, C., et al. (2021) Basisdocument bewegingsonderwijs. Zeist: Jan Luiting Fonds;
  • Ros, A. et al. (2020). Gemotiveerd leren en lesgeven (2 druk). Bussum, Nederland: Coutinho;
  • Veenker, H. et al. (2016). Talentgerichte ontwikkeling op de basisschool; een dynamische visie op leren en onderwijzen. Bussum, Nederland: Coutinho.
  • Pauw, I. e.a. (2017). Een leraar als geen ander. Apeldoorn: Garant.

Voor de verplichte literatuur wordt ook verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace.  Indien het onderwijs in dienst staat van de stage, zijn er naast de reiskosten voor de stage geen additionele kosten.
 

School(s)

  • Welzijn, Educatie & Sport