Vak: Werkplekleren 5 credits: 10

Vakcode
ALVH25WPL5
Naam
Werkplekleren 5
Studiejaar
2026-2027
ECTS credits
10
Taal
Nederlands
Coördinator
S. Kors
Werkvormen
  • Hoorcollege
  • Intervisie
  • Opdracht
  • Stage, werk
  • Werkcollege
Toetsen
  • Portfolio assessment - Portfolio assessment

Leeruitkomsten

De opgedane kennis, vaardigheden en attitudes in Werkplekleren 5 dragen bij aan de volgende leeruitkomsten op eindniveau: 
1 De startbekwame leerkracht creëert een veilige leeromgeving, waarin elke leerling op positieve wijze gestimuleerd wordt zich optimaal en gezond te ontwikkelen
2 De startbekwame leerkracht voert passende interventies uit op individueel en (sub)groepniveau ter bevordering van het leerproces van leerlingen.   
4 De startbekwame leerkracht ontwerpt planmatig onderwijs passend bij de doelgroep en verantwoordt zijn keuzes. 
8 De startbekwame leerkracht werkt samen met collega’s en externen aan het verbeteren van de leeromgeving ten aanzien van het gezond opgroeien van leerlingen.  

Naast bovenstaande leeruitkomsten komen de leeruitkomsten 5 en 6 ook aan bod, maar deze worden niet getoetst.  
5. De startbekwame leerkracht evalueert zijn onderwijs, dat bijdraagt aan de zelfsturing van leerlingen, en past zo nodig aan.
6. De startbekwame leerkracht waardeert zijn beroepshouding en handelingsrepetoire door middel van reflectie op zijn opvattingen en bekwaamheden.  
 


 

Inhoud

Inhoud van het studieonderdeel:

Semesterthema: Rijke leeromgeving.  
 
Tijdens de module Werkplekleren 5 wordt twee dagen in de week stagegelopen bij de groepsleerkracht in het basisonderwijs. De focus ligt op de pedagogische, vakdidactische en vakinhoudelijke bekwaamheid. Daarbij is er specifiek aandacht voor een dynamische schooldag.  
 
De volgende onderwerpen komen aan bod:  
 
Pedagogisch handelen:
  • De student creëert een positieve en veilige leeromgeving door een ordelijke en taakgerichte omgeving (vaste structuren, klassenmanagement).
  • De student handelt consequent op basis van gemaakte afspraken en uitspreken van verwachtingen.
  • Past kennis over de fases van groepsvorming toe door o.a. het begeleiden van activiteiten in de gouden en zilveren weken en door het inzetten van een sociogram
  • Signaleert mogelijke leer-ontwikkelingsproblemen, gedragsproblemen of andere problemen op individueel niveau, raadpleegt literatuur en past kennis van ondersteuningsbehoeften toe in zijn onderwijsactiviteiten.
 
Vakinhoudelijk handelen:
  • De student verantwoordt onderwijsinhoud vanuit actuele kennis en inzichten. 
  • De student kent verschillende manieren om vakinhoudelijke kennis op een begrijpelijke en aansprekende manier samen te stellen, rekening houdend met verschillende leervoorkeuren en niveaus van leerlingen.  
  • De student is in staat om de aangereikte kennis over de dynamische schooldag/bewegend leren toe te passen in zijn lespraktijk.  
 

Vakdidactisch handelen
  • De student ontwikkelt samenhangende lessen met passende leerdoelen, werkvormen en materialen afgestemd op het niveau (minimaal 3 niveaus) en de kenmerken van zijn leerlingen.  
  • De student legt de leerstof op een begrijpelijke, gestructureerde en aansprekende manier uit en koppelt de leerstof aan de belevingswereld van de kinderen.  
  • De student controleert tijdens lesactiviteiten de mate van begrip, deelt de leerlingen in bij een passende instructiegroep, en past zijn instructie actief aan afhankelijk van het niveau.
  • De student kan verschillende coöperatieve– en bewegend leren werkvormen inzetten passend bij het lesdoel.
  • De student evalueert zijn eigen didactische aanpak en handelen met de coach en kan op basis daarvan zijn handelen bijstellen.  
 
Samenwerking: 
  • De student zoekt de samenwerking en afstemming met medestudenten, opleiders en collega’s op om zijn eigen handelen te verbeteren en bij te dragen aan de kwaliteit van het onderwijs.  
  • De student participeert in oudergesprekken 
  • De student deel inzichten over o.a. de dynamische schooldag met collega’s en gaat hierover met hen in gesprek.  

Opzet van de colleges:
In totaal worden er tien colleges aangeboden met een combinatie van hoor- en werkcolleges, intervisie (incidentmethode en video-analyse), vraagmomenten en een proefassessment. Daarnaast loopt de student twee dagen per week stage en die ervaringen worden actief behandeld in de colleges.

Opzet van de toetsing:
De student werkt aan leeruitkomst 1, 2, 4 en 8. Deze leeruitkomsten worden getoetst in de vorm van een portfolio assessment. In het digitale portfolio worden o.a. lesvoorbereidingen, analyses en evaluaties opgenomen. Ook levert de student beeldmateriaal aan waarbij de interactie tussen de leerlingen en de student, het lesgeven volgens een didactisch model en de verschillende activiteitenniveaus van een dynamische schooldag zichtbaar worden. Tevens levert de student aan het einde van de stage een ingevuld coachrapport aan. Op basis van het portfolio volgt een eindgesprek van 30 minuten met één of meerdere opleidingsdocenten.

De eerste kans van de toetsing zal in januari 2027 plaatsvinden, de tweede kans volgt in maart 2027. Exacte data zullen in de semesterhandleiding bekend gemaakt worden.

Literatuur en eventuele kosten:
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace. Indien het onderwijs in dienst staat van de stage, zijn er naast de reiskosten voor de stage geen additionele kosten.


 

School(s)

  • Welzijn, Educatie & Sport