Vak: Ontwikkeling in onderwijs 3 credits: 15
- Vakcode
- ALVH26OIO3
- Naam
- Ontwikkeling in onderwijs 3
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 15
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- J.J. Nieuwenhuis
- Werkvormen
-
- Hoorcollege
- Intervisie
- Opdracht
- Stage, werk
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Bevorderen bewegen/gezond gedrag - Presentatie
- Werkplekleren - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
Deze module levert een bijdrage aan de volgende leeruitkomsten op hoofdfase-niveau.
LOL Pedagogisch handelen
LOL (Vak)didactisch handelen
LOL (Vak)inhoudelijke expertise ALO
LOL Onderzoekend handelen
LOL Professionele identiteit
LOL Pedagogisch handelen
LOL (Vak)didactisch handelen
LOL (Vak)inhoudelijke expertise ALO
LOL Onderzoekend handelen
LOL Professionele identiteit
Inhoud
Inhoud van het studieonderdeel:
De student is gedurende één semester twee dagen per week werkzaam op een VO-school en verzorgt bewegingsonderwijs in de zaal en/of op het sportveld met begeleiding door de vakleerkracht LO. De student werkt aan vijf leeruitkomsten: pedagogisch en vakdidactisch bekwaam handelen, vakinhoudelijke expertise ALO, onderzoekend handelen en professionele identiteit.
De inhoud van OIO3 sluit aan bij het semesterthema. Het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van lessen vormt de kern van het werkplekleren, waarbij het beïnvloeden van (beweeg)gedrag en gezonde leefomgeving centraal staat. De student verzamelt verplichte en zelfgekozen bewijsstukken in een portfolio, onderbouwd met reflectie en 360 graden feedback. Begeleiding vindt plaats door een studieteambegeleider vanuit de opleiding en een werkplekbegeleider op de stageschool. Daarnaast voert de student een onderzoeksopdracht uit o.b.v. de onderzoekcyclus gericht op het stimuleren van gezond gedrag, uitgewerkt in een verplicht bewijsstuk en afgesloten met een presentatie. Het semester wordt afgesloten met een ontwikkelingsgericht portfolio assessment en een formatieve voortgangstoets ALO/Pabo en toetst de ontwikkeling ten aanzien van de landelijke kennisbases van de Pabo en ALO. De resultaten worden gebruikt om het leerproces te sturen.
Opzet van de colleges:
Binnen de opleiding worden werkcolleges aangeboden waarin studenten gerichte begeleiding krijgen bij hun ontwikkeling op de vijf leeruitkomsten en het verzamelen en uitwerken van bijbehorende bewijsstukken. Deze bewijsstukken zijn deels vastgesteld en deels keuzegericht. De werkcolleges zijn ingericht volgens de principes van formatief handelen en kennen zowel klassikale werkvormen als samenwerking in studieteams. De aangeboden kennis en vaardigheden zijn expliciet gericht op het werkplekleren binnen de ALO-context. Daarnaast worden colleges verzorgd waarin relevante thema’s worden behandeld vanuit onderzoekend handelen, ter ondersteuning van de professionele ontwikkeling van de student.
Opzet van de toetsing:
Er zijn twee deelcodes met ieder een eigen toetsing.
Deelcode 1: werkplekleren (portfolio assessment 10 EC):
De student maakt een portfolio waarin de ontwikkeling op de vijf leeruitkomsten zichtbaar wordt gemaakt. Vervolgens zal er een portfolio-assessment plaatsvinden. Op basis van het portfolio-assessment wordt de beoordeling gegeven in een onvoldoende/voldoende. De insteek is ontwikkelingsgericht, de student hoeft de leeruitkomsten niet op eind hoofdfaseniveau aan te tonen. Aan de hand van criteria wordt duidelijk wat de student wel moet laten zien eind semester 3.
Voor een voldoende op OIO3 moet er een voldoende door de werkplekbegeleider worden gegeven op de praktijk.
Het maken van de voortgangstoets is onderdeel van deze deelcode, de uitslag hiervan wordt opgenomen in het portfolio.
Deelcode 2: Bevorderen van bewegen/gezond gedrag (presentatie toets 5 EC)
De student voert een onderzoeksopdracht uit in de stage. Een deel van de opdracht wordt uitgevoerd in groepjes (opzetten van het onderzoek, theoretische onderbouwing en het verzamelen van resultaten) en een deel individueel (analyse van de resultaten en maken van een advies voor de praktijk). De student maakt een weergave van het onderzoek in een verslag en presenteert dit. De presentatie wordt beoordeeld met een onvoldoende/ voldoende.
Literatuur en eventuele kosten:
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace. Indien het onderwijs in dienst staat van de stage, zijn er naast de reiskosten voor de stage geen additionele kosten.
De student is gedurende één semester twee dagen per week werkzaam op een VO-school en verzorgt bewegingsonderwijs in de zaal en/of op het sportveld met begeleiding door de vakleerkracht LO. De student werkt aan vijf leeruitkomsten: pedagogisch en vakdidactisch bekwaam handelen, vakinhoudelijke expertise ALO, onderzoekend handelen en professionele identiteit.
De inhoud van OIO3 sluit aan bij het semesterthema. Het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van lessen vormt de kern van het werkplekleren, waarbij het beïnvloeden van (beweeg)gedrag en gezonde leefomgeving centraal staat. De student verzamelt verplichte en zelfgekozen bewijsstukken in een portfolio, onderbouwd met reflectie en 360 graden feedback. Begeleiding vindt plaats door een studieteambegeleider vanuit de opleiding en een werkplekbegeleider op de stageschool. Daarnaast voert de student een onderzoeksopdracht uit o.b.v. de onderzoekcyclus gericht op het stimuleren van gezond gedrag, uitgewerkt in een verplicht bewijsstuk en afgesloten met een presentatie. Het semester wordt afgesloten met een ontwikkelingsgericht portfolio assessment en een formatieve voortgangstoets ALO/Pabo en toetst de ontwikkeling ten aanzien van de landelijke kennisbases van de Pabo en ALO. De resultaten worden gebruikt om het leerproces te sturen.
Opzet van de colleges:
Binnen de opleiding worden werkcolleges aangeboden waarin studenten gerichte begeleiding krijgen bij hun ontwikkeling op de vijf leeruitkomsten en het verzamelen en uitwerken van bijbehorende bewijsstukken. Deze bewijsstukken zijn deels vastgesteld en deels keuzegericht. De werkcolleges zijn ingericht volgens de principes van formatief handelen en kennen zowel klassikale werkvormen als samenwerking in studieteams. De aangeboden kennis en vaardigheden zijn expliciet gericht op het werkplekleren binnen de ALO-context. Daarnaast worden colleges verzorgd waarin relevante thema’s worden behandeld vanuit onderzoekend handelen, ter ondersteuning van de professionele ontwikkeling van de student.
Opzet van de toetsing:
Er zijn twee deelcodes met ieder een eigen toetsing.
Deelcode 1: werkplekleren (portfolio assessment 10 EC):
De student maakt een portfolio waarin de ontwikkeling op de vijf leeruitkomsten zichtbaar wordt gemaakt. Vervolgens zal er een portfolio-assessment plaatsvinden. Op basis van het portfolio-assessment wordt de beoordeling gegeven in een onvoldoende/voldoende. De insteek is ontwikkelingsgericht, de student hoeft de leeruitkomsten niet op eind hoofdfaseniveau aan te tonen. Aan de hand van criteria wordt duidelijk wat de student wel moet laten zien eind semester 3.
Voor een voldoende op OIO3 moet er een voldoende door de werkplekbegeleider worden gegeven op de praktijk.
Het maken van de voortgangstoets is onderdeel van deze deelcode, de uitslag hiervan wordt opgenomen in het portfolio.
Deelcode 2: Bevorderen van bewegen/gezond gedrag (presentatie toets 5 EC)
De student voert een onderzoeksopdracht uit in de stage. Een deel van de opdracht wordt uitgevoerd in groepjes (opzetten van het onderzoek, theoretische onderbouwing en het verzamelen van resultaten) en een deel individueel (analyse van de resultaten en maken van een advies voor de praktijk). De student maakt een weergave van het onderzoek in een verslag en presenteert dit. De presentatie wordt beoordeeld met een onvoldoende/ voldoende.
Literatuur en eventuele kosten:
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace. Indien het onderwijs in dienst staat van de stage, zijn er naast de reiskosten voor de stage geen additionele kosten.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Welzijn, Educatie & Sport