Vak: Ontwikkeling in onderwijs 4 credits: 15
- Vakcode
- ALVH26OIO4
- Naam
- Ontwikkeling in onderwijs 4
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 15
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- E. Frerichs
- Werkvormen
-
- Hoorcollege
- Intervisie
- Opdracht
- Stage, werk
- Supervisie
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Pedagogiek n didactiek - Computer, organisatie ToetsCentrum
- Rijke leeromgeving - Verslag
- Werkplekleren - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
Deze module levert een bijdrage aan de volgende leeruitkomsten op hoofdfase-niveau.
LOL Pedagogisch handelen
LOL (Vak)didactisch handelen
LOL (Vak)inhoudelijke expertise Pabo
LOL Onderzoekend handelen
LOL Professionele identiteit
LOL Pedagogisch handelen
LOL (Vak)didactisch handelen
LOL (Vak)inhoudelijke expertise Pabo
LOL Onderzoekend handelen
LOL Professionele identiteit
Inhoud
Inhoud van het studieonderdeel:
Dit studieonderdeel is onderdeel van de gehele OIO-lijn. In semester 2 zijn de studenten al gedurende één dag in de week in de klascontext geweest in het PO. In semester 3 is de focus binnen de OIO lijn geweest op de zaal in de VO-context. In semester 5 en 6 zal in de OIO lijn een combinatie van zaal en klas aan de orde komen.
De student is gedurende een semester twee dagen per week op de opleidingsschool in het primair onderwijs voor werkplekleren in de klascontext. Gedurende deze twee dagen is de student zowel in de klas als buiten de klas. De student neemt deel aan werkplekteambijeenkomsten op de opleidingsschool. Binnen de integrale lijn werken studenten aan bewijsstukken die bijdragen aan de persoonlijke identiteit, professionele vaardigheden en de ontwikkeling binnen het werkplekleren. De student wordt hierin begeleid door een instituutsopleider en schoolopleider. In de klas wordt de student begeleid door de werkplekbegeleider (groepsleerkracht).
In het proces van samenwerken en –leren is feedback een belangrijk element: feedback van de werkplekbegeleider, medestudenten, docenten van de PA, de schoolopleider en/of de instituutsopleider. De student voert tussentijds gesprekken met de opleiders en presenteert zijn werk in het werkplekteam om ontwikkeling aan te tonen. Aan het eind van het semester vindt er een eindgesprek op basis van het portfolio plaats, waarna wordt bepaald of de student voldoende ontwikkeling heeft aangetoond.
Naast het werkplekleren, krijgen studenten inhoud uit Pedagogiek en Didactiek aangeboden op het opleidingsinstituut waarbij ze input krijgen voor het pedagogisch, didactisch en onderzoekend handelen.
Tijdens de P&D colleges wordt voortdurend de koppeling gemaakt naar hoe de student de theorie kan inzetten in de groep en de school.
Ook worden er op de opleiding ondersteunende colleges aangeboden over het creëren van een rijke leeromgeving met speciale aandacht voor de dynamische schooldag. De student voert activiteiten uit passend bij de dynamische schooldag in de klas of school.
Aan het eind van het semester maakt de student de voortgangstoets. Met de voortgangstoets wordt de ontwikkeling ten aanzien van de landelijke kennisbases Lerarenopleiding basisonderwijs in kaart gebracht. In semester 4 is deze toets formatief.
Opzet van de colleges:
De student neemt deel aan werkplekteambijeenkomsten binnen de stageschool. Daarnaast zijn er op de opleiding hoorcolleges Pedagogiek en didactiek en werkcolleges ter ondersteuning van het bewijsstuk rond de dynamische schooldag.
Opzet van de toetsing:
Er zijn drie deelcodes met ieder een eigen toetsing.
Deelcode 1 werkplekleren (10 EC):
De student maakt een portfolio waarin de ontwikkeling op de vijf leeruitkomsten zichtbaar wordt gemaakt. Vervolgens zal er een portfolio-assessment plaatsvinden. Op basis van het portfolio-assessment wordt de beoordeling gegeven. Beoordelaar is de instituutsopleider gekoppeld aan het werkplekteam. De insteek is ontwikkelingsgericht, de student hoeft de leeruitkomsten niet op eind hoofdfaseniveau aan te tonen.
Het maken van de voortgangstoets is onderdeel van deze deelcode, de uitslag hiervan wordt opgenomen in het portfolio. De toets is formatief.
Deelcode 2 Pedagogiek en didactiek (3 EC)
Er is een kennistoets over de aangeboden stof van Pedagogiek en didactiek. De beoordeling is O/V.
Deelcode 3 Rijke leeromgeving (2 EC):
De student maakt een bewijsstuk rond het vormen van een rijke leeromgeving waarbij de focus ligt op de dynamische schooldag. Het bewijsstuk wordt summatief getoetst door de docenten van de module (niet de instituutsopleider).
Literatuur en eventuele kosten:
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace. Indien het onderwijs in dienst staat van de stage, zijn er naast de reiskosten voor de stage geen additionele kosten.
Dit studieonderdeel is onderdeel van de gehele OIO-lijn. In semester 2 zijn de studenten al gedurende één dag in de week in de klascontext geweest in het PO. In semester 3 is de focus binnen de OIO lijn geweest op de zaal in de VO-context. In semester 5 en 6 zal in de OIO lijn een combinatie van zaal en klas aan de orde komen.
De student is gedurende een semester twee dagen per week op de opleidingsschool in het primair onderwijs voor werkplekleren in de klascontext. Gedurende deze twee dagen is de student zowel in de klas als buiten de klas. De student neemt deel aan werkplekteambijeenkomsten op de opleidingsschool. Binnen de integrale lijn werken studenten aan bewijsstukken die bijdragen aan de persoonlijke identiteit, professionele vaardigheden en de ontwikkeling binnen het werkplekleren. De student wordt hierin begeleid door een instituutsopleider en schoolopleider. In de klas wordt de student begeleid door de werkplekbegeleider (groepsleerkracht).
In het proces van samenwerken en –leren is feedback een belangrijk element: feedback van de werkplekbegeleider, medestudenten, docenten van de PA, de schoolopleider en/of de instituutsopleider. De student voert tussentijds gesprekken met de opleiders en presenteert zijn werk in het werkplekteam om ontwikkeling aan te tonen. Aan het eind van het semester vindt er een eindgesprek op basis van het portfolio plaats, waarna wordt bepaald of de student voldoende ontwikkeling heeft aangetoond.
Naast het werkplekleren, krijgen studenten inhoud uit Pedagogiek en Didactiek aangeboden op het opleidingsinstituut waarbij ze input krijgen voor het pedagogisch, didactisch en onderzoekend handelen.
Tijdens de P&D colleges wordt voortdurend de koppeling gemaakt naar hoe de student de theorie kan inzetten in de groep en de school.
Ook worden er op de opleiding ondersteunende colleges aangeboden over het creëren van een rijke leeromgeving met speciale aandacht voor de dynamische schooldag. De student voert activiteiten uit passend bij de dynamische schooldag in de klas of school.
Aan het eind van het semester maakt de student de voortgangstoets. Met de voortgangstoets wordt de ontwikkeling ten aanzien van de landelijke kennisbases Lerarenopleiding basisonderwijs in kaart gebracht. In semester 4 is deze toets formatief.
Opzet van de colleges:
De student neemt deel aan werkplekteambijeenkomsten binnen de stageschool. Daarnaast zijn er op de opleiding hoorcolleges Pedagogiek en didactiek en werkcolleges ter ondersteuning van het bewijsstuk rond de dynamische schooldag.
Opzet van de toetsing:
Er zijn drie deelcodes met ieder een eigen toetsing.
Deelcode 1 werkplekleren (10 EC):
De student maakt een portfolio waarin de ontwikkeling op de vijf leeruitkomsten zichtbaar wordt gemaakt. Vervolgens zal er een portfolio-assessment plaatsvinden. Op basis van het portfolio-assessment wordt de beoordeling gegeven. Beoordelaar is de instituutsopleider gekoppeld aan het werkplekteam. De insteek is ontwikkelingsgericht, de student hoeft de leeruitkomsten niet op eind hoofdfaseniveau aan te tonen.
Het maken van de voortgangstoets is onderdeel van deze deelcode, de uitslag hiervan wordt opgenomen in het portfolio. De toets is formatief.
Deelcode 2 Pedagogiek en didactiek (3 EC)
Er is een kennistoets over de aangeboden stof van Pedagogiek en didactiek. De beoordeling is O/V.
Deelcode 3 Rijke leeromgeving (2 EC):
De student maakt een bewijsstuk rond het vormen van een rijke leeromgeving waarbij de focus ligt op de dynamische schooldag. Het bewijsstuk wordt summatief getoetst door de docenten van de module (niet de instituutsopleider).
Literatuur en eventuele kosten:
Voor de verplichte literatuur wordt verwezen naar de literatuurlijst; overige aanbevolen literatuur is beschikbaar in Brightspace. Indien het onderwijs in dienst staat van de stage, zijn er naast de reiskosten voor de stage geen additionele kosten.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Welzijn, Educatie & Sport