Vak: Pedagogiek en Didactiek 3 credits: 5
- Vakcode
- PPVA26PD3
- Naam
- Pedagogiek en Didactiek 3
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 5
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- E. Dankert
- Werkvormen
-
- Hoorcollege
- Opdracht
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Kennis - Computer, organisatie ToetsCentrum
- PCO (schriftelijk) - Presentatie
Leeruitkomsten
Zie leeruitkomsten:
1. Methodisch handelen in het leren en ontwikkelen van kinderen
2. Methodisch handelen als leraarondersteuner
3. Samenwerken
4. Communiceren
5. Probleemoplossend vermogen
6. Lerend vermogen
1. Methodisch handelen in het leren en ontwikkelen van kinderen
2. Methodisch handelen als leraarondersteuner
3. Samenwerken
4. Communiceren
5. Probleemoplossend vermogen
6. Lerend vermogen
Inhoud
Periode 1:
In jaar 1 stond ontwikkelingsstimulering centraal. Dat komt nu weer terug, maar dan toegespitst op kinderen die met hun gedrag laten zien dat zij iets meer en/of iets anders van je nodig hebben dan wat bij de meeste kinderen werkt. Met kennis over verschillende gedragspatronen, kun je als PEP beter afstemmen op kind en groep. Kennis over (on)opvallend gedrag is daarom voor de PEP van meerwaarde. Je bent geen diagnosticus, maar hebt in de praktijk om meerdere redenen wel kennis van gedragspatronen nodig, met name om:
Binnen de module pas je deze kennis ook toe op stageopdrachten, zoals een kindgroeiplan (zie periode 2).
Periode 2:
Deze periode wordt een planmatige aanpak uitgewerkt voor het stimuleren van de ontwikkeling. De taak van de PEP is het signaleren en begrijpen van het kind, waarna een passend plan wordt opgezet, uitgevoerd en geëvalueerd (cyclisch werken). De student past hierin de principes van talentenkracht toe. Het kindgroeiplan wordt verder uitgewerkt en uitgevoerd op basis van de kennis die over de gehele studie is opgedaan en aansluitend bij het gekozen profiel.
Het kindgroeiplan wordt gepresenteerd tijdens de kenniswerkplaats.
In jaar 1 stond ontwikkelingsstimulering centraal. Dat komt nu weer terug, maar dan toegespitst op kinderen die met hun gedrag laten zien dat zij iets meer en/of iets anders van je nodig hebben dan wat bij de meeste kinderen werkt. Met kennis over verschillende gedragspatronen, kun je als PEP beter afstemmen op kind en groep. Kennis over (on)opvallend gedrag is daarom voor de PEP van meerwaarde. Je bent geen diagnosticus, maar hebt in de praktijk om meerdere redenen wel kennis van gedragspatronen nodig, met name om:
- inclusie te bevorderen;
- zelf goed te signaleren en handelen;
- ouders en je collega’s te ondersteunen in hun rol als opvoeder;
- het voortouw te nemen in het verhogen van de kwaliteit van handelen op de werkvloer;
- adequaat samen te werken met externen in de zorg rond deze kinderen.
Binnen de module pas je deze kennis ook toe op stageopdrachten, zoals een kindgroeiplan (zie periode 2).
Periode 2:
Deze periode wordt een planmatige aanpak uitgewerkt voor het stimuleren van de ontwikkeling. De taak van de PEP is het signaleren en begrijpen van het kind, waarna een passend plan wordt opgezet, uitgevoerd en geëvalueerd (cyclisch werken). De student past hierin de principes van talentenkracht toe. Het kindgroeiplan wordt verder uitgewerkt en uitgevoerd op basis van de kennis die over de gehele studie is opgedaan en aansluitend bij het gekozen profiel.
Het kindgroeiplan wordt gepresenteerd tijdens de kenniswerkplaats.
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Welzijn, Educatie & Sport