Vak: Eindopdracht Social Work 2026/27 S1 credits: 30

Vakcode
SSXB24EO
Naam
Eindopdracht Social Work 2026/27 S1
Studiejaar
2026-2027
ECTS credits
30
Taal
Nederlands
Coördinator
M.A. Schaub-de Jong
Werkvormen
  • Afstudeeropdracht
  • Projectonderwijs
Toetsen
  • Advies - Professioneel product
  • Ethisch Dialoog - Opdracht
  • Professionele Ontwikkeling - Eindgesprek

Leeruitkomsten

Ethisch Dialoog
  • De student herkent binnen de context van het praktijkvraagstuk een situatie waarin beroepswaarden in het geding (dreigen te) komen, legt deze voor aan de betrokkenen in de vorm van morele beraadslaging en komt tot een eigen weging die hij/zij verantwoordt ten overstaan van cliënt, beroepsgenoten en samenleving. (10)
 
Advies 
  • De student stelt een onderbouwd, gewogen en op de beroepspraktijk afgestemd advies op ter verbetering van het professioneel handelen, waarmee het sociaal functioneren van mensen wordt bevorderd en versterking van de kernwaarden van het sociaal werk wordt beoogd. (4)
  • De student inventariseert en geeft mogelijkheden voor het bevorderen van interdisciplinaire en interprofessionele samenwerking binnen of tussen verschillende (professionele) netwerken met als doel duurzame inbedding van het advies. (6)
  • De student agendeert het praktijkvraagstuk vanuit de kernwaarden van het sociaal werk en maakt inzichtelijk wat voorwaarden (waaronder t.a.v. beleid en/of werkprocessen) zijn om met het advies het professioneel handelen duurzaam te verbeteren. (7)
  • De student levert een bijdrage aan innovatie van de beroepspraktijk door vanuit een onderzoekende houding praktijkgericht onderzoek uit te voeren en door combinatie van (nationale en internationale) wetenschappelijke inzichten en praktijkkennis te komen tot een antwoord op een praktijkvraagstuk in een specifieke context. (9)
 
Professionele Ontwikkeling 
  • De student positioneert zich als sociaal werker (met profiel Jeugd, Welzijn en Samenleving, Zorg of GGZ-agoog) door zijn/haar handelen en overwegingen in het ontwikkelen van het advies en daarmee zijn/haar bijdrage aan de kernwaarden van het sociaal werk. (4)
  • De student positioneert zich als sociaal werker door de wijze waarop hij/zij binnen de verschillende samenwerkingsrelaties heeft gezorgd voor een gezamenlijk streven naar het oplossen van het vraagstuk en het versterken van de kernwaarden van sociaal werk. (6)
  • De student profileert zich als ondernemende sociaal werker door proactief binnen en buiten de opdracht gevende organisatie mogelijkheden te onderzoeken/verkennen /agenderen om tot een oplossing van het vraagstuk te komen. (7)
  • De student positioneert zich als lerende/reflecterende sociaal werker (met het profiel Jeugd, Welzijn en Samenleving, Zorg of GGZ-agoog) door zijn/haar inzet van reflectie om tot weloverwogen alternatieven voor professioneel handelen te komen en sturing te geven aan de eigen professionele identiteitsontwikkeling. (8 - profiel)
  • De student positioneert zich als onderzoekende sociaal werker door het inzetten van zijn/haar onderzoekend vermogen (onderzoekende houding, benutten van kennis van anderen en/of doen van onderzoek) om het professioneel handelen van zichzelf en anderen te verbeteren. (9)


Leeruitkomsten Social Work
4, 6, 7, 8, 9, 10
Competenties GGz
H, I, J, K, L, M, N
 
Niveau
Transfer (3)

 

Inhoud

In de eindopdracht werkt de student verder aan zijn professionele ontwikkeling als sociaal werker aan de hand van een project dat aansluit bij het gekozen profiel. In dit project werkt de student samen met een andere student. De kern van dit project is dat een advies aan het werkveld/sociaal werk wordt opgesteld ter verbetering van het professioneel handelen bij het bevorderen van het sociaal functioneren van mensen in/en hun gemeenschappen, waarmee versterking van rechtvaardigheid, rechtsgelijkheid, kansengelijkheid, sociale veiligheid, sociale duurzaamheid, sociale innovatie en/of bevordering sociaal beleid worden beoogd. Om de implementatie van het advies te borgen onderzoekt de student tevens welke samenwerking met relevante partners hiervoor nodig/aan te raden is, kansen biedt voor de organisatie en/of hoe deze vorm kan krijgen. Het advies kan verschillende vormen van een beroepsproduct hebben. De student kan opdracht van een opdrachtgever werven of kan naar aanleiding van een vraagstuk dat hijzelf signaleert of interessant vindt een samenwerking met een partner in het werkveld aangaan. Bij het vormgeven van het advies werkt de student volgens de principes van ontwerponderzoek. Bij het advies wordt een begeleidend document geschreven waarin het advies en de aanleiding en doelstelling worden toegelicht, een verantwoording van de werkwijze en aanbevelingen worden gegeven. De student brengt gedurende het project in kaart welke beroepswaarden bij het vraagstuk, aanpak en beoogde product aan de orde zijn en in het geding komen. Het duo organiseert hier in ieder geval één keer een uitwisseling met verschillende partijen over (in de opdracht moreel beraad genoemd). De bevindingen uit deze uitwisseling gebruikt de student als input voor het eigen handelen in het project en/of de oplossingsrichting die voor het advies wordt gekozen. De keuzes die de student hierin maakt verantwoordt hij in een brief naar de deelnemers van de uitwisseling. Het laatste onderdeel van de opdracht is het individueel Criterium Gericht Interview op basis van het portfolio waarin de student zich positioneert en profileert als sociaal werker (vanuit het gekozen profiel). In het portfolio geeft de student een onderbouwde evaluatie ten aanzien van het behalen van de leeruitkomsten, waarvoor input wordt gebruikt uit betekenisvolle situaties die inzicht geven in het eigen onderzoekend vermogen, ondernemendheid, samenwerkingsvaardigheden, eigen ontwikkeling en waarden als sociaal werker.


 

Opgenomen in opleiding(en)

School(s)

  • Welzijn, Educatie & Sport