Vak: Muziek Maken 3 credits: 10
- Vakcode
- DMVB24MUZ3
- Naam
- Muziek Maken 3
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 10
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- W. Dijkstra
- Werkvormen
-
- Hoorcollege
- Individueel
- Practicum / Training
- Projectonderwijs
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Portfolio Assessment 3 - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
1.4 Je toont inzicht in artistieke processen en producten en de wijze waarop deze ervaringen veroorzaken bij lerenden.
1.6 Je past jouw artistieke visie, kennis en vaardigheden toe binnen educatieve, interdisciplinaire en maatschappelijke contexten.
4.3 Je verzamelt en documenteert op verschillende manieren informatie over je onderwerp, waarbij je actief verschillende perspectieven op het onderwerp afweegt. Inhoud
1. Je ontwikkelt een coherente artistieke visie van waaruit je artistieke processen begeleidt en producten realiseert.
a) Je kent verschillende contexten waarin hedendaagse makers actief zijn, zoals commercieel, gesubsidieerd, educatief, uitvoerend, autonoom, toegepast, community- en social arts;
b) Je kent verschillende soorten artistieke en creatieve praktijken en maakstrategieën (bv procesgericht, productgericht);
c) Je kent de eigen kunstdiscipline uit meerdere historische en culturele perspectieven;
d) Je kent instrumenten voor het beschouwen en bespreken van muziek, theater, dans, beeldend, film;
e) Je kent het maatschappelijk functioneren van kunst in een interculturele, interdisciplinaire en cultuurhistorische context.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
a) Je kent verschillende contexten waarin hedendaagse makers actief zijn, zoals commercieel, gesubsidieerd, educatief, uitvoerend, autonoom, toegepast, community- en social arts;
b) Je kent verschillende soorten artistieke en creatieve praktijken en maakstrategieën (bv procesgericht, productgericht);
c) Je kent de eigen kunstdiscipline uit meerdere historische en culturele perspectieven;
d) Je kent instrumenten voor het beschouwen en bespreken van muziek, theater, dans, beeldend, film;
e) Je kent het maatschappelijk functioneren van kunst in een interculturele, interdisciplinaire en cultuurhistorische context.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Kunst, Ontwerp & Ruimte