Vak: Muziek Maken 4 credits: 10
- Vakcode
- DMVB24MUZ4
- Naam
- Muziek Maken 4
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 10
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- W. Dijkstra
- Werkvormen
-
- Hoorcollege
- Individueel
- Practicum / Training
- Projectonderwijs
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Portfolio Assessment 4 - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
1.2 Je hanteert een breed scala aan stijlen, technieken, instrumenten en media, zowel op analoog als digitaal gebied.
1.5 Je demonstreert en contextualiseert actuele kunsthistorische, interculturele, interdisciplinaire en kunstbeschouwelijke kennis en vaardigheden.
4.1 Je signaleert actuele onderwerpen in de praktijk die voor jou een aanleiding vormen voor verder onderzoek en je formuleert wat je met je onderzoek wilt bijdragen aan die praktijk.
1.5 Je demonstreert en contextualiseert actuele kunsthistorische, interculturele, interdisciplinaire en kunstbeschouwelijke kennis en vaardigheden.
4.1 Je signaleert actuele onderwerpen in de praktijk die voor jou een aanleiding vormen voor verder onderzoek en je formuleert wat je met je onderzoek wilt bijdragen aan die praktijk.
Inhoud
1. Je ontwikkelt een coherente artistieke visie van waaruit je artistieke processen begeleidt en producten realiseert.
a) Je kent verschillende contexten waarin hedendaagse makers actief zijn, zoals commercieel, gesubsidieerd, educatief, uitvoerend, autonoom, toegepast, community- en social arts;
b) Je kent verschillende soorten artistieke en creatieve praktijken en maakstrategieën (bv procesgericht, productgericht);
c) Je kent de eigen kunstdiscipline uit meerdere historische en culturele perspectieven;
d) Je kent instrumenten voor het beschouwen en bespreken van muziek, theater, dans, beeldend, film;
e) Je kent het maatschappelijk functioneren van kunst in een interculturele, interdisciplinaire en cultuurhistorische context.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
a) Je kent verschillende contexten waarin hedendaagse makers actief zijn, zoals commercieel, gesubsidieerd, educatief, uitvoerend, autonoom, toegepast, community- en social arts;
b) Je kent verschillende soorten artistieke en creatieve praktijken en maakstrategieën (bv procesgericht, productgericht);
c) Je kent de eigen kunstdiscipline uit meerdere historische en culturele perspectieven;
d) Je kent instrumenten voor het beschouwen en bespreken van muziek, theater, dans, beeldend, film;
e) Je kent het maatschappelijk functioneren van kunst in een interculturele, interdisciplinaire en cultuurhistorische context.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Kunst, Ontwerp & Ruimte