Vak: Educatie Maken 2 credits: 15
- Vakcode
- DMVP25EDU2
- Naam
- Educatie Maken 2
- Studiejaar
- 2026-2027
- ECTS credits
- 15
- Taal
- Nederlands
- Coördinator
- C. Homminga
- Werkvormen
-
- Intervisie
- Opdracht
- Projectonderwijs
- Simulatie
- Stage, werk
- Werkcollege
- Toetsen
-
- Portfolio Assessment 2 - Portfolio assessment
Leeruitkomsten
2.3 Je onderbouwt je pedagogisch-didactisch handelen vanuit relevante vaktheorie.
2.5 Je speelt flexibel in op de educatieve situatie en past waar nodig je handelen direct op de situatie aan.
4.2 Je voert een onderzoek uit in de praktijk waarbij je planmatig, zorgvuldig en ethisch handelt. Inhoud
2. Je ontwerpt en creƫert, in afstemming met betrokkenen, vanuit een coherente artistieke en pedagogisch-didactische visie, betekenisvolle leeromgevingen.
a) Je kent diverse manieren om theorie en praktijk van kunst en cultuur over te dragen;
b) Je kent kernconcepten en stromingen uit vakdidactiek, psychologie, pedagogiek en onderwijskunde;
c) Je kent verschillende methodieken voor kunsteducatief ontwerp;
d) Je kent interdisciplinaire methodieken om het actuele cultuuraanbod (dans, theater, muziek, film, beeldend) te ontsluiten en te beschouwen;
e) Je kent het discours rond inclusie, kansengelijkheid en duurzaamheid in kunst en educatie;
f) Je kent strategieƫn om kunsteducatie te verbinden met kritisch burgerschap;
g) Je kent voorbeelden van transdisciplinair werken, zowel binnen kunstvakken als met andere disciplines;
h) Je kent theorie over verschillende vormen van toetsen en beoordelen.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
a) Je kent diverse manieren om theorie en praktijk van kunst en cultuur over te dragen;
b) Je kent kernconcepten en stromingen uit vakdidactiek, psychologie, pedagogiek en onderwijskunde;
c) Je kent verschillende methodieken voor kunsteducatief ontwerp;
d) Je kent interdisciplinaire methodieken om het actuele cultuuraanbod (dans, theater, muziek, film, beeldend) te ontsluiten en te beschouwen;
e) Je kent het discours rond inclusie, kansengelijkheid en duurzaamheid in kunst en educatie;
f) Je kent strategieƫn om kunsteducatie te verbinden met kritisch burgerschap;
g) Je kent voorbeelden van transdisciplinair werken, zowel binnen kunstvakken als met andere disciplines;
h) Je kent theorie over verschillende vormen van toetsen en beoordelen.
4. Je handelt onderzoekend, gericht op het ontwikkelen en verbeteren van je kunsteducatieve beroepspraktijk.
a) Je kent fases van een onderzoekscyclus;
b) Je kent voorbeelden van onderzoeksvormen (bijvoorbeeld ontwerpgericht, artistiek, literatuuronderzoek);
c) Je kent onderzoeksinstrumenten uit artistiek en kunsteducatief onderzoek (bijvoorbeeld interviews, observaties, vragenlijsten, a/rt/ography, logging).
Opgenomen in opleiding(en)
School(s)
- Kunst, Ontwerp & Ruimte